Met Peter van Heemst door Rotterdam

Je kunt jarenlang door Rotterdam lopen en toch nauwelijks zien wat er voor je neus staat. Een sticker op een lantaarnpaal, een vrouw met haar handen diep in haar zakken, een enorme theepot tegen een gevel, een oude boom, een reus midden in de stad of een kunstwerk waar je misschien al honderd keer voorbij bent gelopen. Op zondag 27 september liet Peter van Heemst tijdens een door hem georganiseerde wandeling zien hoeveel verhalen er achter zulke plekken schuilgaan.

Wie Peter kent, weet dat wandelen met hem niet simpelweg van A naar B lopen is. Hij vertelt over Rotterdam, kunst, politiek, geschiedenis, mensen en soms over zijn eigen herinneringen aan de stad. Het ene verhaal roept het volgende op en juist dat maakt zijn wandelingen bijzonder: je gaat anders kijken naar plekken waar je normaal misschien gedachteloos aan voorbijloopt.

Voor deze middag had Peter een route samengesteld langs kunst en street art. We verzamelden tussen 13.00 en 14.00 uur bij de Coffee Company aan het Stationsplein. Het oorspronkelijke plan was om ongeveer twee uur te wandelen en uiteindelijk uit te komen in de omgeving van de Witte de Withstraat.

De Witte de Witstraat haalden we. Die twee uur niet helemaal.

Daarvoor viel onderweg simpelweg te veel te zien én te vertellen. Bovendien bleef het niet bij luisteren naar Peter. Er werden vragen gesteld, details ontdekt en interpretaties uitgewisseld. Zo werd de wandeling gaandeweg ook een gesprek over de stad en de kunst die daar soms heel nadrukkelijk, en soms bijna onopgemerkt, onderdeel van uitmaakt.

Nog voordat we goed en wel op weg waren, ging het over de vraag wat street art eigenlijk is.

Graffiti kennen we allemaal. Maar Peter wees erop dat de straat veel meer vormen van kunst kent: grote murals, stencils, affiches, stickers en kleine driedimensionale objecten. Soms moet je omhoog kijken, soms juist naar een lantaarnpaal of elektriciteitskastje. En soms moet iemand je er simpelweg één keer op wijzen voordat je het daarna overal ziet.

Neem de stickers.

Wie haast heeft, ziet vooral een volgeplakte paal. Wie blijft staan, ontdekt dat daar soms bijna een gesprek plaatsvindt. Feyenoordstickers worden naast of over andere voetbalstickers geplakt. Nieuwe stickers verschijnen, andere verdwijnen weer. Een stukje straatmeubilair wordt zo onbedoeld een klein archief van supporterscultuur.

Peter vertelde dat hij sinds hij erop is gaan letten zelf steeds meer stickers ziet. Het leverde meteen een opdracht voor de rest van de middag op: niet alleen naar de grote kunstwerken kijken, maar juist ook naar de details.

Dat werkte.

Vanaf dat moment keken we anders om ons heen. Een sticker was niet langer zomaar een sticker en een detail in een gebouw niet langer iets waar je gedachteloos aan voorbijloopt.

En terwijl we nog maar nauwelijks op weg waren, bracht Peter ons bij een naam die misschien wel sterker met Rotterdam verbonden is dan die van vrijwel iedere andere historische figuur: Erasmus.

Daar maakte Peter meteen een verhaal van dat veel minder vanzelfsprekend bleek dan je zou denken.

Rotterdam presenteert zich graag als de stad van Erasmus. Zijn naam zit diep in de stad verankerd. Denk alleen al aan de Erasmusbrug, de Erasmus Universiteit en het Erasmus MC. Maar Peter wees juist op de bijzondere tegenstelling daarachter: Erasmus heeft maar een relatief klein deel van zijn leven daadwerkelijk in Rotterdam doorgebracht. Hij reisde veel en verbleef op tal van plaatsen in Europa. Uiteindelijk overleed hij in Bazel.

Toch bleef Rotterdam aan hem verbonden.

De sleutel daarvoor zit al in de naam die hij zelf gebruikte: Desiderius Erasmus Roterodamus — Erasmus van Rotterdam. Peter vergeleek het met namen waarin iemands plaats van herkomst onderdeel wordt van zijn identiteit. Daarmee droeg Erasmus Rotterdam als het ware met zich mee, ook toen hij allang ergens anders woonde. En Rotterdam heeft die historische verbinding vervolgens met overtuiging omarmd. Geplakte markdown

Peter vertelde ook dat van Erasmus een enorme hoeveelheid correspondentie bewaard is gebleven. Duizenden brieven geven inzicht in zijn leven en denken. Met de humor die gedurende de wandeling steeds terugkwam, vertelde Peter vervolgens dat Erasmus bepaald niet uitsluitend warme gevoelens over zijn geboortestad zou hebben geuit. Het was zo’n detail waardoor een historische figuur ineens minder afstandelijk werd: de wereldberoemde humanist die Rotterdam zijn naam meegaf, maar tegelijkertijd vooral elders in Europa leefde en werkte.

En toch is hij eeuwen later overal in Rotterdam aanwezig.

Juist in het Centraal Station wordt die band zichtbaar. Tussen alle reizigers, rolkoffers, vertrekkende treinen en haastende mensen zijn woorden van Erasmus aangebracht. Peter bleef bij een van die teksten staan:

‘Afstand scheidt de lichamen, niet de geesten.’

Het mooie was wat er daarna gebeurde. Peter ging niet uitgebreid uitleggen wat wij volgens hem van die woorden moesten vinden. Hij maakte ze juist klein en persoonlijk. Denk aan iemand die ver weg is. Iemand die je niet kunt zien of aanraken, maar met wie je je toch verbonden voelt.

Dan krijgt zo’n tekst, midden in een station waar alles juist om vertrekken en aankomen draait, ineens een andere betekenis.

Duizenden mensen kunnen er op een dag langs lopen zonder erbij stil te staan. Wij stonden er wél.

Eenmaal weer buiten hoefden we nauwelijks te zoeken naar het volgende verhaal. Daar stond het letterlijk voor ons.

Moments Contained van de Britse kunstenaar Thomas J Price is bijna vier meter hoog. De jonge vrouw draagt alledaagse kleding, haar handen zitten diep in haar broekzakken en haar blik is recht vooruit gericht. Geen historische held op een sokkel, geen beroemd persoon die door de stad wordt geëerd. Price maakte juist een fictieve vrouw.

Peter nodigde ons uit om eerst eens goed te kijken. Wat zie je eigenlijk als je niet meteen doorloopt?

Op het eerste gezicht straalt de vrouw rust en zelfverzekerdheid uit. Maar wie langer kijkt, ontdekt een detail dat het beeld ineens een andere lading geeft. In haar broekzakken zijn haar handen gebald. Dat kleine detail zorgde vrijwel direct voor verschillende reacties in de groep. Is het kracht? Spanning? Ingehouden emotie? Of juist vastberadenheid?

Daarmee gebeurde precies wat kunst in de openbare ruimte kan doen. Het beeld gaf zelf geen antwoord, maar bracht óns aan het praten.

Dat past ook bij het werk van Thomas J Price. De vrouw is niet gebaseerd op één bestaand persoon. Price creëerde een figuur die vragen oproept over zichtbaarheid, representatie en over de manier waarop mensen naar anderen kijken. Wie krijgt letterlijk en figuurlijk een plek in het hart van een stad? Wie herkennen we in de beelden die onze openbare ruimte bepalen?

Die vraag krijgt op deze plek extra betekenis. Sinds 2023 staat deze jonge vrouw prominent voor Rotterdam Centraal, op een plek waar dagelijks enorme aantallen mensen passeren. Je kunt langs haar heen lopen zonder er veel aandacht aan te besteden. Maar zodra je blijft staan, verandert dat.

Ook de komst van het beeld naar Rotterdam riep reacties en discussie op. En misschien hoort juist dat bij een werk als dit. Het staat er niet alleen om mooi gevonden te worden. Het dwingt niemand tot één uitleg, maar nodigt wel uit om te kijken en een positie te bepalen.

Terwijl het leven op het Stationsplein gewoon doorging, stonden wij rondom deze zwijgende vrouw met elkaar te praten over wat wij in haar zagen. De één zag kracht, de ander spanning en weer een ander vooral zelfbewustzijn.

We waren nauwelijks begonnen aan onze wandeling, maar Peter had ons bij de eerste stop al iets laten ervaren wat later vaker zou terugkomen: Rotterdam vertelt zijn verhalen niet alleen via gebouwen, straten en monumenten. Soms staat zo’n verhaal gewoon midden op een plein.

Je moet er alleen even voor blijven staan.

We lieten de vrouw op het Stationsplein achter ons en liepen verder richting de West-Kruiskade. De kunst veranderde onderweg van vorm. Geen metershoog bronzen beeld meer op een plein, maar gevels die als canvas werden gebruikt. Rotterdam begon zijn verhalen nu op de muren te vertellen.

Even verderop keken 144 gezichten op ons neer. Kunstenaar Noël Deelen maakte van deze enorme gevel een portret van de West-Kruiskade. Geen keurige groepsfoto, maar karikaturen van ondernemers, bewoners, studenten, bekende buurtfiguren en mensen die hij soms gewoon op straat tegenkwam. Zelfs overleden Rotterdamse iconen kregen er een plek, onder wie Jules Deelder en rapper Feis.

Het mooiste detail: honderden mensen denken zichzelf op de muur te herkennen. Deelen houdt dat mysterie bewust een beetje in stand. Toen het oorspronkelijke werk vanwege onderhoud werd overgeschilderd, kwam het terug, met nieuwe gezichten voor een nieuwe generatie. Zo werd de muur bijna een tijdsbeeld van een straat die voortdurend verandert.

En precies daaronder wachtte een totaal ander beeld.

Geen gezichten meer, maar lijnen, vlakken en geometrische vormen. Het abstracte werk van de Franse kunstenaar Astro speelt met perspectief. Wat in werkelijkheid een vlak oppervlak is, lijkt zich naar binnen en naar buiten te vouwen. Alsof er midden in de stad een opening is gemaakt naar een ruimte die helemaal niet bestaat.

Tijdens de wandeling werd ook de relatie met de architectuur eromheen gelegd. En juist wanneer je beide foto’s achter elkaar ziet, werkt dat sterk: boven de mensen, daaronder de geometrie. Het ene werk vertelt iets door gezichten te laten zien, het andere doet dat zonder één herkenbaar mens af te beelden.

Van de kleurrijke gevels liepen we verder naar de Diergaardesingel. De naam is een overblijfsel van een Rotterdam dat hier letterlijk verdwenen is. Op deze plek lag de Rotterdamsche Diergaarde, de voorloper van het huidige Diergaarde Blijdorp.

Toen Rotterdam op 14 mei 1940 werd gebombardeerd, bevond de dierentuin zich midden in het getroffen stadsgebied. De verhuizing naar de nieuwe diergaarde in Blijdorp was toen al begonnen. Een deel van de dieren was overgebracht, andere dieren verbleven nog in de oude diergaarde. Het bombardement richtte er grote schade aan en dieren kwamen om het leven. Rond die chaotische dagen ontstonden ook verhalen over dieren die uit hun verblijven waren ontsnapt.

En juist daar werd het verhaal tijdens onze wandeling mooi. Want zodra het over ontsnapte dierentuindieren gaat, krijgt de geschiedenis bijna mythische proporties. Verhalen over zebra’s, giraffen, roofdieren en zeeleeuwen zijn in verschillende vormen blijven rondgaan. Peter vertelde over een gids die zo’n verhaal kende van zijn eigen vader: die zou de zeeleeuwen destijds zelf hebben gezien.

Of al die dieren werkelijk door de Rotterdamse straten zwierven, is een ander verhaal. Niet iedere overlevering is historisch te bewijzen. Maar juist dat maakt zo’n plek interessant. De Diergaardesingel bewaart niet alleen de geschiedenis van een verdwenen dierentuin, maar ook de verhalen die Rotterdammers elkaar daar generaties later nog over vertellen.

Van de Diergaardesingel liepen we verder en kwamen we bij een portret dat ons in één klap van Rotterdam naar Zuid-Amerika bracht: Salvador Allende.

Allende was president van Chili toen op 11 september 1973 een militaire staatsgreep onder leiding van generaal Augusto Pinochet een einde maakte aan zijn regering. Allende overleed diezelfde dag. Tijdens de dictatuur die volgde werden tegenstanders van het regime vervolgd, gevangengezet, gemarteld en vermoord. Veel Chilenen vluchtten. Ook Rotterdam werd voor Chileense vluchtelingen een nieuwe thuisbasis.

Juist die geschiedenis maakt het portret aan de West-Kruiskade bijzonder. Het werk heet Ode aan Salvador Allende en is van de Chileense kunstenaar Jorge Kata Núñez. Hij kwam in 1977 om politieke redenen naar Nederland en woonde en werkte jarenlang in Rotterdam. Het kunstwerk gaat daarmee niet alleen over een president aan de andere kant van de wereld, maar raakt ook rechtstreeks aan de geschiedenis van Chilenen die in Rotterdam een nieuw bestaan opbouwden.

En wij zagen iets bijzonders: het portret was pas kort daarvoor teruggekeerd. Het oorspronkelijke werk uit 1999 moest eind 2023 worden verwijderd omdat de houten panelen en de lijst in slechte staat waren. In 2026 kwam Kata Núñez vanuit Chili naar Nederland om het werk opnieuw te maken. Op 4 september kreeg Ode aan Salvador Allende opnieuw zijn plek aan de West-Kruiskade. Nog geen maand later stonden wij ervoor.

Ook Rotterdam zelf speelt in dit verhaal een rol. In de stad bestond een actieve solidariteitsbeweging rond Chili. Voormalig burgemeester André van der Louw was daarbij betrokken. Zo werd een portret langs onze wandelroute ineens veel meer dan een schildering op een muur: het verbond een militaire staatsgreep uit 1973 met vluchtelingen die hier terechtkwamen, een Rotterdamse solidariteitsbeweging en een Chileense kunstenaar die tientallen jaren later terugkeerde om zijn werk opnieuw te schilderen.

En misschien was juist dat het bijzondere aan deze halte. Een geschiedenis die voor een jongere generatie ver weg kan voelen, hing hier gewoon aan een Rotterdamse gevel.

Daarna liepen we verder. De volgende muren zouden opnieuw een heel ander verhaal vertellen.

Na Allende kwamen we bij een gevel die je onmogelijk over het hoofd kunt zien. Een vrouw in profiel, tegen een donkerblauwe achtergrond, met rood, geel en oranje over haar gezicht en daaromheen een bijna raadselachtig lijnenspel. Het is Zodiac van de Rotterdamse kunstenaar Tymon de Laat.

Die lijnen zijn niet willekeurig aangebracht. De Laat maakte het werk voor de Aziatische gemeenschap rond de West-Kruiskade en liet zich voor het lijnenspel inspireren door het masker van de draak dat verbonden is met de viering van het Chinese Nieuwjaar. De titel Zodiac verwijst naar de Chinese dierenriem, waarin ieder jaar een ander dierenteken centraal staat. De mural werd in 2023 voltooid en in februari 2024 tijdens Rotterdam Chinese New Year officieel gepresenteerd.

Wie de vrouw precies is, blijft buiten beeld. De kunstenaar geeft haar op zijn eigen website geen naam. Misschien maakt juist dat haar zo passend op deze plek: niet het portret van één bekende Rotterdammer, maar een gezicht waarmee De Laat een verbinding legt met de Aziatische gemeenschap en de tradities die al jarenlang zichtbaar onderdeel zijn van de West-Kruiskade.

Even verderop veranderde de gevel in iets wat bijna uit een prentenboek leek te komen. Een Japans meisje in een roze kimono, met een enorme strik in haar haar en een oranje knuffelkonijn tegen zich aan. Het werk is van Sharon van Dams en begon niet op een muur, maar als een kleurpotloodtekening.

Van Dams is verbonden aan Atelier Herenplaats en maakt vooral gedetailleerde portretten van meisjes en vrouwen. In 2018 werd juist deze tekening uitgekozen om enorm te worden uitvergroot. Painture Collective bracht haar werk over op een gevel van vijftien bij zeven meter en probeerde daarbij zelfs de uitstraling van haar oorspronkelijke potloodstrepen te behouden. Een intieme tekening op papier werd zo een beeld dat een hele Rotterdamse straathoek beheerst.

Even verderop verdween vrijwel alle kleur. Op een gevel van acht verdiepingen verscheen in zwart-wit het enorme portret van rapper Winne. Winne, voluit Winston Bergwijn, groeide op in het Oude Westen. Daarmee staat zijn gezicht hier niet toevallig. Judith de Leeuw, beter bekend als JDL Street Art, werkte in 2018 een week aan de ongeveer twintig meter hoge mural. Zelfs Winne moest wennen aan het idee zichzelf zo groot boven de stad terug te zien. Zijn bedoeling met het portret was volgens BKOR vooral dat het anderen zou inspireren en motiveren. Ineens werd een gevel daarmee ook een verhaal over iemand die uit deze omgeving voortkwam.

Tussen alle metershoge kunstwerken zat ook street art die je gemakkelijk voorbijloopt. Geen complete gevel ditmaal, maar een verzameling kleine beelden tussen tags en graffiti. Een astronaut met een televisiescherm als hoofd, een felgele vlinder en daarnaast een groen-witte figuur. Juist hier werd duidelijk dat street art niet alleen bestaat uit de grote werken waarvoor je bewust blijft staan. Soms moet je dichter op de muur gaan zitten om überhaupt te ontdekken wat iemand heeft achtergelaten.

Op de hoek van de Josephstraat leek vervolgens iets vreemds te gebeuren met een gezicht op de muur. Wie goed keek, herkende John Travolta als Vincent Vega uit Pulp Fiction. Maar dit was geen gewoon filmportret. De Griekse kunstenaar Insane51 legde in 2017 twee beelden over elkaar heen. Met een 3D-bril met rode en blauwe glazen worden verschillende beelden zichtbaar. Zonder bril lijken de beelden juist door elkaar heen te lopen. Het kunstwerk van ongeveer twaalf bij zes meter werd daarmee bijna een klein optisch experiment midden op straat. Je kijkt niet alleen naar de muur; de manier waarop je kijkt bepaalt mede wat je ziet.

Aan de overkant hoefden we juist niet naar een gezicht te zoeken. Een complete gevel bleek onderdeel van een gigantische Delfts blauwe theepot. Koeien, molens, landschappen en ornamenten lopen over ramen, muren en de ronding van het gebouw. Pas als je afstand neemt, begrijp je wat kunstenaar Anne-Mercedes Langhorst hier in 2013 heeft gedaan.

De keuze voor een theepot was bewust. Langhorst zocht naar een beeld dat iets kon vertellen over de vele culturen die op de West-Kruiskade samenkomen. Theedrinken bleek daarvoor verrassend geschikt: in allerlei delen van de wereld is thee verbonden met ontmoeting, gastvrijheid en samenzijn. Ook het Delfts blauw draagt verschillende werelden in zich. Wat wij als typisch Nederlands herkennen, vindt zijn historische inspiratie mede in Chinees blauw-wit porselein. Zo werd één enorme theepot een beeld van een straat waarin verschillende culturele achtergronden naast en met elkaar bestaan.

Niet ieder kunstwerk kondigde zichzelf groots aan. Op een smalle, verweerde gevel bij nummer 32a zweefden ineens twee rood-blauwe capsules. Ze zijn zo realistisch geschilderd dat de witte lichtreflectie ze bijna van de muur lijkt los te trekken. Geen titel, geen informatiebord en voor zover te achterhalen ook geen gedocumenteerde uitleg van de maker. Juist daardoor bleven ze raadselachtig. Waar de grote murals hun verhaal over complete gevels uitsmeren, had deze kunstenaar aan twee pillen en een vergeten stukje muur genoeg om ons te laten stoppen.

En toen hoefden we ineens niet meer naar kleine details te zoeken. Voor ons stond een Rotterdammer van 2,37 meter: Rigardus Rijnhout, de Reus van Rotterdam. Ik ging naast hem staan en pas dan begrijp je werkelijk wat die lengte betekende.

Rijnhout werd in 1922 in deze buurt geboren. Door een groeistoornis werd hij uitzonderlijk lang; uiteindelijk woog hij ongeveer 230 kilo en droeg hij schoenmaat 62. Zijn lengte maakte hem tot een bekende Rotterdammer, maar zijn verhaal is niet alleen dat van een curiositeit. Hij werd bekeken en gepest en had moeite om gewoon zijn bestaan op te bouwen. Hij verdiende onder meer geld als wandelend reclamebord en met de verkoop van ansichtkaarten van zichzelf.

Kunstenaar Herman Lamers maakte daarom in 2011 geen klein eerbetoon op een sokkel. Hij bracht Rijnhout op ware grootte terug naar zijn eigen buurt. Naast hem staan een enorme stoel en schoenen. Alles is op schaal. Het beeld gaat daardoor niet alleen over hoe groot Rijnhout was, maar ook over hoe klein de wereld om hem heen soms voor hem moet zijn geweest.

We bleven nog even in het Wijkpark Oude Westen staan. Dat Rijnhout juist hier zijn plek heeft gekregen, is geen toeval. Hij kwam uit deze buurt en woonde vlakbij in de Gouvernestraat. Terwijl om ons heen trams reden en mensen gewoon door het park liepen, stond zijn levensgrote evenbeeld op enkele tientallen meters van de plek waar zijn eigen leven ooit begon.

We verlieten het Wijkpark en kwamen weer tussen tramrails, verkeer en hoge gebouwen terecht. Aan de overkant sprongen twee enorme oranje figuren van een vrijwel witte gevel. Op het eerste gezicht lijken het losse lichaamsdelen en vormen die over de muur zijn uitgestrooid. Wie langer kijkt, ontdekt de muzikale verwijzingen. Het werk is van de Rotterdamse kunstenaar Roy Valk, beter bekend als Karski, en is gemaakt als eerbetoon aan het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Dat het juist hier staat, vlak bij De Doelen, geeft het werk een extra laag.

Ook deze muur laat zien hoe tijdelijk street art kan zijn. Hier zat eerder jarenlang een bekend werk van de Braziliaanse kunstenaar Alex Hornest, alias Onesto. Dat verdween en maakte plaats voor dit nieuwe beeld. Zelfs een enorme mural die jarenlang bij een plek lijkt te horen, kan dus ineens onderdeel worden van de geschiedenis van de straat.

Even verder hoefden we niet eens naar een kunstwerk te kijken om een verhaal te vinden. Achter Peter verhief zich Calypso, het grillige rood-witte wooncomplex dat bijna lijkt te bewegen wanneer je erlangs loopt.

Op deze plek stond ooit bioscoop Calypso, naast het Rijnhotel en de Pauluskerk. Die gebouwen verdwenen, maar de naam van de bioscoop bleef achter. De Britse architect Will Alsop ontwierp hier samen met Van der Laan Bouma Architekten een compleet nieuw complex met 407 woningen, winkels, kantoren en een nieuwe Pauluskerk.

Zelfs de vreemde hoeken en golvende gevels blijken een reden te hebben. Precies hier raken twee verschillende stukken Rotterdam elkaar: het negentiende-eeuwse Oude Westen en het naoorlogse centrum. De richtingen van die twee stadsdelen komen in de architectuur samen. De nieuwe Pauluskerk werd onderdeel van hetzelfde complex en kreeg een opvallende koperkleurige vorm. Volgens de beeldspraak van de architect moest zij eruitzien als een kristal dat van de grotere rots was afgebroken.

Maar terwijl onze blik vanzelf omhoogging naar al die moderne hoogbouw, stond aan de andere kant juist een figuur die ons terugbracht naar een veel donkerder hoofdstuk uit de geschiedenis van de stad.

Een man. Rechtop. Het hoofd geheven. Geen wapen in zijn handen en geen dramatische beweging. Op de sokkel slechts drie woorden en twee jaartallen: Ongebroken Verzet 1940–1945.

Het beeld van Hubert van Lith staat aan de kop van de Westersingel en werd op 4 mei 1965 onthuld, twintig jaar na het einde van de oorlog. Aan dat monument ging een jarenlang debat vooraf. Want wie moest hier eigenlijk worden herdacht? Alleen de mensen uit het illegale verzet, of ook alle anderen die tijdens de oorlog waren omgekomen? Uiteindelijk kreeg Van Lith de opdracht beide gedachten in één monument samen te brengen: het moest verwijzen naar de aard en de beweegredenen van het verzet, maar ook naar het lot van alle gevallenen.

Van Lith koos daarvoor niet voor strijd, maar voor houding. De man staat overeind en kijkt met opgeheven hoofd voor zich uit. Hij is, letterlijk en figuurlijk, niet gebroken. Zelfs de tekst op de sokkel vertelt dat verhaal: het woord ‘Ongebroken’ is groter aangebracht dan ‘Verzet 1940–1945’. Dat was bewust, omdat een te sterke nadruk op alleen het verzet volgens de achtergrond van het monument onvoldoende recht zou doen aan de bredere groep Rotterdammers die door de oorlog was getroffen.

En zo stonden op één plek eigenlijk twee Rotterdamse verhalen tegenover elkaar. Achter ons de hoogbouw van een stad die zichzelf steeds opnieuw uitvindt, voor ons een man die eraan herinnert dat sommige hoofdstukken juist niet mogen verdwijnen.

Tussen al het brons en staal stond ineens iets dat geen kunstenaar had gemaakt. Een oude plataan aan de Westersingel. Ook deze boom draagt Rotterdamse geschiedenis met zich mee: hij overleefde het bombardement van 14 mei 1940. In 1986 verbond de Zuid-Afrikaanse dichter Breyten Breytenbach hem aan de poëzie en werd de boom het monument van de onbekende dichter. Terwijl rondom Rotterdam werd verwoest, opgebouwd en opnieuw veranderd, bleef deze boom staan. Misschien was dat wel het bijzondere: tussen alle kunstwerken bleek een levende boom zelf een monument te zijn geworden.

Een paar stappen verder stond iets wat van een afstand bijna echt haar leek: een donkere vlecht van maar liefst 6,5 meter hoog. Van dichtbij zie je dat Kalliopi Lemos haar heeft opgebouwd uit talloze dunne staaldraden.

Maar De vlecht gaat niet alleen over haar. Het afknippen van een vlecht staat bij Lemos voor het losbreken van oude ideeën en verzet tegen dwang. Het kan een persoonlijk gebaar van bevrijding zijn: zelf bepalen wie je bent en welke weg je kiest. Dat het beeld op Internationale Vrouwendag 2021 werd onthuld, is dan ook geen toeval. Nog opmerkelijker: het was het eerste werk van een vrouwelijke kunstenaar op het beeldenterras aan de Westersingel.

Daarna stonden we voor vijf donkere balken. Meer leek het aanvankelijk niet te zijn. Peter vertelde dat hij dit soort abstracte kunst vroeger gemakkelijk voorbijliep. Tot iemand hem eens uitlegde wat hij eigenlijk zag.

Kijk nog een keer. Twee benen. Een romp. Twee armen.

Plotseling veranderden vijf balken in een mens. De figuur van de Amerikaanse kunstenaar Joel Shapiro balanceert op één been en lijkt midden in een beweging te zijn bevroren. Je kunt er een danser in zien, iemand die springt of simpelweg een mens die probeert zijn evenwicht te bewaren. En precies daar werkte Peters verhaal: het beeld was geen stapel balken meer. Vanaf het moment dat je de menselijke figuur eenmaal hebt gezien, krijg je hem bijna niet meer níét gezien.

Het volgende beeld maakte het ons nog moeilijker. Een verzameling metalen vormen, draden, buizen en iets wat verdacht veel op een pop leek. De titel hielp aanvankelijk nauwelijks: Moeder en kind.

En toch klopt hij. Carel Visser bouwde het oorspronkelijke werk uit gevonden voorwerpen en afvalmateriaal en liet die assemblage vervolgens in brons afgieten. Het kleine figuurtje is gebaseerd op een babypop; de veel abstractere constructie eromheen vormt de moeder. Daarmee maakte Visser in 2001 zijn eigen, nogal eigenwijze versie van een van de oudste onderwerpen uit de kunstgeschiedenis: moeder en kind. Alleen geen lieflijke Madonna met baby, maar een moeder die eruitziet alsof ze uit een hoop industrieel materiaal is opgebouwd.

Nog zo’n beeld waar je eerst omheen moet lopen voordat er iets gebeurt. In de donkere bronzen massa blijken twee lichamen te zitten, bijna met elkaar versmolten.

En dan blijkt de geschiedenis van de titel minstens zo mooi als het beeld zelf. De Italiaanse kunstenaar Umberto Mastroianni noemde het Gli Amanti: De minnaars. Het kunstwerk stond oorspronkelijk in de hal van Rotterdam Centraal. Maar ‘De minnaars’ werd in de jaren vijftig voor een stationshal kennelijk wat te vrijpostig gevonden. Het werd Afscheid.

Eigenlijk werd het daarmee misschien nog toepasselijker voor een station: een plek van aankomen en vertrekken, vasthouden en loslaten. In 1957 stond het tussen de reizigers op Rotterdam Centraal; tientallen jaren later kreeg het een nieuwe plek aan de Westersingel.

En voor we het wisten, waren de uren voorbij. Terwijl we eigenlijk maar een klein stukje Rotterdam hadden doorkruist, had Peter onderweg een complete stad voor ons opengevouwen. Achter een gevel zat een kunstenaar, achter een beeld een mensenleven, achter een boom een stuk oorlogsgeschiedenis en zelfs een sticker op een lantaarnpaal bleek het bekijken waard.

Dank aan Peter van Heemst, die ons niet alleen langs kunst en street art leidde, maar vooral liet ervaren hoeveel verhalen Rotterdam gewoon op straat heeft liggen. Met zijn kennis, humor, herinneringen en de nodige zijwegen maakte hij van iedere paar honderd meter weer een nieuw hoofdstuk.

En misschien is dat wel het gevaar van wandelen met Peter: daarna kun je nergens meer gedachteloos voorbijlopen.

One comment on “Met Peter van Heemst door Rotterdam”

  1. Henk Lalji schreef:

    Mooi verhaal over Rotterdams Kunst.Prachtig verwoord. Hoort in een krant te worden gepubliceerd.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

© 2019 Powered by WordPress - Theme by Dessign Themes