Is Suriname klaar?
Tijdens een netwerkbijeenkomst van Kennis Kring stond de economische toekomst van Suriname centraal. Gastspreker Jim Bousaid, oud-bankier en econoom, ging uitgebreid in op de actuele economische situatie, de overheidsfinanciën, de verwachte olie-inkomsten en verschillende vraagstukken die samenhangen met de toekomstige economische ontwikkeling van Suriname.
Bousaid plaatste de huidige situatie onder meer in het perspectief van het IMF-programma dat Suriname heeft doorlopen. Hij stond stil bij de financiële ondersteuning, de schuldherstructurering en de beleidsafspraken die onderdeel waren van dit traject. Een belangrijk deel van het programma was gericht op de sanering van de overheidsfinanciën en het monetaire beleid. Ook de houdbaarheid van de staatsschuld speelde daarbij een belangrijke rol.
Tegelijkertijd stond Bousaid stil bij de vraag hoe de Surinaamse economie er na afloop van het IMF-programma voorstaat. Daarbij plaatste hij kanttekeningen bij de gedachte dat op basis van een stabiele wisselkoers kan worden geconcludeerd dat sprake is van macro-economische stabiliteit. In zijn uiteenzetting wees hij erop dat daarbij breder moet worden gekeken, onder meer naar de overheidsbegroting, het monetaire beleid en de betalingsbalans.
Een belangrijk deel van zijn bijdrage ging over de verwachte olieontwikkeling. De ontwikkelingen rond offshore olie kunnen grote gevolgen hebben voor de Surinaamse economie. Bousaid ging daarbij onder meer in op de omvang van de ontwikkelingen, de investeringen die ermee gemoeid zijn en de mogelijke toekomstige inkomsten voor Suriname. Ook plaatste hij de olieontwikkeling in een breder regionaal perspectief.
Tegelijkertijd werd tijdens de bijeenkomst nadrukkelijk stilgestaan bij de vraag of de aanwezigheid van natuurlijke rijkdommen automatisch leidt tot duurzame welvaart. Suriname beschikt immers al langere tijd over verschillende natuurlijke hulpbronnen. In de discussie verschoof de aandacht daarom van alleen de omvang van toekomstige inkomsten naar een minstens zo belangrijke vraag: hoe bereidt Suriname zich vóór de komst van die inkomsten voor op de economische veranderingen die eraan komen?
Goed bestuur en sterke instituties vormden daarbij een belangrijke rode draad. Bousaid sprak expliciet over het belang van goed bestuur, sterke instituties en een level playing field. Ook wees hij op het belang van de rechtsstaat voor het investeringsklimaat. Daarmee kwam een bredere vraag op tafel: welke bestuurlijke en institutionele voorwaarden zijn nodig om toekomstige economische kansen daadwerkelijk in het belang van de samenleving te benutten?
Ook de capaciteit van Suriname om de verwachte economische ontwikkeling op te vangen kwam nadrukkelijk aan bod. Tijdens de bijeenkomst werd gesproken over de arbeidsmarkt, onderwijs, beschikbare deskundigheid en de vraag of er voldoende menskracht aanwezig is om toekomstige groei te ondersteunen. Daarbij ging het niet alleen over de korte termijn, maar juist ook over structurele investeringen in mensen en kennis.
De rol van de Surinaamse diaspora kreeg eveneens veel aandacht. Bousaid gaf in zijn afsluitende bijdrage aan dat hij de diaspora belangrijk vindt voor Suriname en noemde daarbij zowel kennis als kapitaal. Tegelijkertijd wees hij op cultuurverschillen tussen Surinamers in Nederland en Suriname en op het belang om na te denken over de manier waarop de samenwerking kan worden verbeterd.
Na de inhoudelijke uiteenzetting van Bousaid volgde een interactieve gedachtewisseling aan de hand van verschillende stellingen. Daarbij werd de economische analyse verbonden aan concrete keuzes voor de komende jaren en ontstond een levendige discussie over wat Suriname nu al moet doen om zich voor te bereiden op de ontwikkelingen die vanaf 2028 worden verwacht.
Een van de centrale onderwerpen in deze discussie was de periode vóór de eerste offshore-olieproductie in 2028. Daarbij werd gesproken over de vraag of juist de jaren vóór 2028 bepalend kunnen zijn voor wat Suriname daarna met de nieuwe economische mogelijkheden kan doen. De discussie ging daarmee niet alleen over toekomstige inkomsten, maar vooral over maatregelen die nu nodig zijn en de vraag hoe deze in de praktijk tot aantoonbare resultaten kunnen leiden.
Ook de ontwikkeling van voldoende kennis en menskracht kreeg tijdens deze gedachtewisseling veel aandacht. Verschillende mogelijkheden kwamen aan bod, waaronder het bieden van ontwikkelingskansen aan de eigen bevolking, investeren in het onderwijssysteem, het aantrekken van deskundigheid en het nadenken over een doordacht bevolkings- en migratiebeleid. Daarbij werd tevens besproken wat Suriname kan leren van andere landen die voor vergelijkbare economische en demografische vraagstukken hebben gestaan.
De discussie over de diaspora ging daarbij verder dan de vraag hoeveel geld vanuit Nederland in Suriname kan worden geïnvesteerd. Juist kennis, deskundigheid en ervaring kwamen nadrukkelijk aan de orde. Vanuit verschillende perspectieven werd gesproken over de vraag hoe die kennis daadwerkelijk kan worden ingezet en welke voorwaarden nodig zijn om samenwerking tussen Suriname en de diaspora beter te laten functioneren.
Ook kwam tijdens de gedachtewisseling de behoefte aan concrete uitvoerbaarheid naar voren. Niet alleen analyseren en rapporteren, maar vooral bepalen welke maatregelen daadwerkelijk kunnen worden uitgevoerd en resultaat kunnen opleveren. In dat kader werden vanuit de zaal onder meer ideeën aangedragen over versterking van de belastinginning en een strategische adviesstructuur. Deze punten maakten deel uit van de bredere discussie en waren nadrukkelijk geen conclusies die uitsluitend aan Bousaid kunnen worden toegeschreven.
Suriname staat aan de vooravond van een nieuwe economische fase. De verwachte offshore-olieproductie vanaf 2028 kan grote nieuwe inkomsten en investeringen met zich meebrengen. Tegelijkertijd liggen er belangrijke opgaven op het gebied van overheidsfinanciën, goed bestuur, sterke instituties, onderwijs, arbeidsmarkt en de beschikbaarheid van voldoende kennis en menskracht. Ook de diaspora kan daarin, met kennis en kapitaal, een rol spelen.
De komende jaren worden daarmee cruciaal. Niet alleen de omvang van de toekomstige olie-inkomsten zal bepalend zijn, maar vooral de keuzes die Suriname maakt voordat die inkomsten er zijn.
De centrale vraag is dan ook: is Suriname in 2028 klaar voor de olie — en belangrijker nog, klaar om die kans om te zetten in duurzame welvaart voor de bevolking?


