Divali in dialoog
Divali in De Doelen was een feest voor alle zintuigen — muziek, kleur, dans en licht overal om je heen. Maar tussen al dat vuurwerk van cultuur gebeurde er iets anders. Een moment van stilte. Van bezinning. Tijdens de bijeenkomst “Generatie, Geschiedenis en Traditie” werd het licht even naar binnen gekeerd: naar de verhalen, herinneringen en waarden die mensen uit India, Suriname en Nederland met elkaar verbinden.
Voor mij raakte dit diep. Ik kom zelf uit Suriname en woon al tweeëntwintig jaar in Nederland. In die zaal voelde ik: dit ben ik — dit zijn wij. Niet alleen een gemeenschap met gedeelde wortels, maar ook mensen die samen nadenken over wie we willen zijn in de toekomst.
Onder leiding van de Indiase ambassadeur Z.E. Kumar Tuhin, FCCI-voorzitter Jasbir Singh en Vijay Gangadin, voorzitter van Stichting Apna, ging het gesprek niet over rituelen of tradities alleen, maar over betekenis. Over de vraag wat wij als diaspora bijdragen aan de landen die ons gevormd hebben.
Gangadin, geboren in Suriname, sprak met een warmte die iedereen raakte. “Niet alleen geld overmaken,” zei hij, “maar kennis en trots delen.” Die ene zin bleef hangen — want hij raakte precies de kern. Divali vieren is ook reflecteren: nadenken over wat we achterlaten voor de volgende generatie.
De ambassadeur plaatste dat gevoel in een groter perspectief. Hij sprak over Viksit Bharat 2047 – India’s droom om een ontwikkeld en duurzaam land te zijn – en hoe de diaspora in Nederland daarin een brug vormt tussen verleden en toekomst.
Daarna kwam de zaal tot leven. Jonge en oudere diaspora-leden deelden hun verhalen: over integreren, over taal, over het zoeken naar evenwicht tussen hier en daar. Een jonge IT’er vertelde over zijn eerste jaren in Nederland; een lerares liet met humor en ontroering zien hoe het is om tussen twee culturen te leven. Iedereen herkende iets van zichzelf in de ander.
Wat deze bijeenkomst bijzonder maakte, was dat het licht niet alleen van diya’s kwam — maar van mensen zelf. Van hun woorden, hun trots, hun openheid. De kracht van de diaspora bleek te liggen in bewustwording: in luisteren, spiegelen en verbinden.
Tussen al die verhalen heb ik zelf één boodschap willen meegeven. Dat we niet vooruitgaan zonder ruimte te maken voor de kracht en stem van vrouwen. Dat gesprek hoort óók bij onze groei als gemeenschap — want waar licht is, hoort iedereen te mogen schijnen.
Divali vieren op deze manier — met de diaspora, in gesprek over geschiedenis, toekomst en trots — gaf het feest een nieuwe gloed. Niet alleen het licht aansteken, maar het licht in elkaar zien.







